Select Page

Klik hier voor volledige weergave in Browser

                     Wat weten we echt van Jezus?

  1. Jezus, Jood en Superstar
  2. Jezus. Messias, genezer en exorcist
  3. Jezus, Kerst en Kindermoord
  4. Jezus, de Waarheid die stierf
  5. Jezus, Johannes en Nag Hammadi
  6. Wil de Ware Jezus opstaan.

De Synoptische Evangeliën

The Lord of the Dance (Dubliners)

De verhalen van Marcus, Matteüs (of Mattheus) en Lucas over het leven en sterven van Jezus staan bekend als de Synoptische evangeliën. “Synoptisch” betekent een “gemeenzame kijk”. Ze heten zo omdat ze met hetzelfde basisverhaal aankomen. Marcus is daarbij het kortst en lijkt de basis te zijn van Matteüs en Lucas. In Marcus wordt niets verteld over de geboorte van Jezus en maar heel weinig over zijn opstanding uit de dood. Over die geboorte en opstanding hebben Matteüs en Lucas dus zelf uit de mondelinge overleveringen hun keuzes moeten maken en die wijken nogal van elkaar af.  We hebben geen zekerheid over de echte auteurs van deze verhalen, ze werden pas vanaf 70 n. Chr. opgeschreven en het was heel gewoon in die tijd om onder de naam van een bekend of vereerd persoon te schrijven.

De kernboodschap die Jezus hier preekt is dat de mensen zich moeten bekeren van hun zonden, dat het koninkrijk van God gaat komen met Hem als koning/rechter, en dat toelating geschiedt op basis van hoe mensen zich gedragen hebben. Om zijn autoriteit te bevestigen, doet hij wonderen. Vooral in het uitdrijven van boze geesten was hij bedreven. Het is erg aannemelijk dat hij zich daar ook echt mee bezighield. Kinderen van god geloven dat die boze geesten demonen zijn, of engelen van de duivel. Ze kunnen bezit gaan nemen van mensen .
Jezus slaagde er een keer in om duizenden demonen  bij een man in één klap uit te drijven.  Die demonen gingen zich toen in varkens verschansen waarop die varkens gezamenlijk zelfmoord pleegden. Waar die boze geesten toen naartoe gingen vermeldt het verhaal niet…
Marcus 5: (BGT)

Een man met een kwade geest

1 Ze gingen naar de andere kant van het meer. Daar was het gebied van de Gerasenen. 2-5 Toen Jezus uit de boot gestapt was, kwam er een man op hem af.
Die man kwam tevoorschijn uit één van de grotten waar mensen begraven lagen. Daar woonde hij. Hij had een kwade geest in zich. De mensen bonden hem vaak vast met zware kettingen en handboeien. Maar dat duurde niet lang. De man trok de boeien los en maakte de kettingen kapot. Niemand was sterk genoeg om hem tegen te houden. Dus ging die man zijn gang. Dag en nacht stond hij lawaai te maken in de grotten en de bergen. En hij sloeg zichzelf met stenen.6 Toen de man Jezus in de verte zag, rende hij naar hem toe. Hij liet zich voor Jezus op de grond vallen. 7-8 Jezus zei tegen de kwade geest die in de man was: ‘Ga weg uit deze man!’ Maar de kwade geest schreeuwde: ‘Jij daar, Jezus, Zoon van de allerhoogste God! Laat me met rust! Ik smeek je, doe me geen pijn.’

Jezus jaagt de kwade geesten weg

9 Jezus vroeg aan de man: ‘Hoe heet je?’ Hij zei: ‘Ik heet Leger. Want er zit een leger kwade geesten in me.’ 10 De kwade geesten zeiden tegen Jezus: ‘Stuur ons alsjeblieft niet weg uit dit gebied.’ 11 Toevallig liep daar in de bergen een grote groep varkens. 12 De kwade geesten vroegen aan Jezus: ‘Mogen we in die varkens gaan?’ 13 Dat vond Jezus goed.
De kwade geesten gingen weg uit de man. Ze gingen in de varkens. Meteen renden de varkens van de steile berg af, en ze vielen in het meer. Alle varkens verdronken. Het waren er wel tweeduizend.
Ja, ja, zo ging dat toen. Jezus gaf die “bediening” door aan zijn volgelingen en die proberen daar hier en daar ook een poging toe te doen. Hier zien we pastor Bob Larson de strijd aangaan met Beëlzebul [vorst van de duivels] en Jezebel (of Izebel) (Openbaringen 2:20) [een hoererende profetes], die van Pam bezit genomen hadden. Hij had Beëlzebul al geïdentificeerd en wil nu Jezebel aan hem vastknopen zodat ze samen in  één keer verdreven konden worden:

Bobby heeft een groot aantal van dit soort uitdrijvingen laten filmen en gepubliceerd, maar je blijft vaak de indruk krijgen van een toneelspel. Pam lijkt hier ook uit haar rol te vallen met haar opmerking dat ze moet overgeven en de subtiele dankbetuiging ten slotte aan het adres van Parson,  himself.
Wat moet er geschreeuwd worden bij zo’n uitdrijving. Bij Jezus leek het allemaal wel een beetje rustiger te gaan, gewoon even een gesprekje met die boze geesten, even overleggen wat er met hen gedaan zou kunnen worden.
In ieder geval, daar die bezeten man voor Jezus op de grond viel, moet dat nu dan eigenlijk ook wel gebeuren. En als dat niet wil, help je gewoon even een handje…  Hier is  Benny Hinn aan het werk: 
Bij Jezus viel hij eerst en werd daarna genezen, bij Benny moet dat achteraf nog gebeuren, maar ach, waarom zou je daar moeilijk over doen. Dit vallen wordt ook wel “slain by the Spirit” genoemd en werd gepopulariseerd door een beweging in de jaren 90, die  de Toronto Blessing kwam te heten.

Jezus predikt bekering

Marcus 1: (BGT)

14 Toen Johannes de Doper gevangengenomen werd, ging Jezus terug naar Galilea. Daar vertelde hij het goede nieuws van God. 15 Hij zei: ‘Gods nieuwe wereld is dichtbij. Geloof dat goede nieuws! Dit is het moment om je leven te veranderen.’

Jezus maakt het ook al direct duidelijk dat hij  niet uit is op bekendheid, hij had net een man van zijn huidziekte genezen:

43 Voordat Jezus de man liet gaan, waarschuwde hij hem. Hij zei: 44 ‘Denk erom, je mag aan niemand vertellen wat er gebeurd is.’

Jezus naast z’n schoenen.

Dan begint de populariteit die hij krijgt hem toch een beetje  naar het hoofd te stijgen. In die tijd dacht men veel dat als je iets mankeerde dat kwam omdat je een zonde begaan had.  Toen vrienden met een man bij hem kwamen die niet kon lopen, ging Jezus eerst zijn zonden maar even vergeven. Dat vonden de religieuze leiders die dit zagen niet acceptabel. Om hen te overtuigen dat hij de bevoegdheid tot het vergeven van zonden wel had, deed hij er ook nog even een wonder bovenop:

Marcus 2:

5 Jezus zag dat die mensen in hem geloofden. Daarom zei hij tegen de man die niet kon lopen: ‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’

Jezus laat zijn macht zien

6 Er zaten een paar wetsleraren tussen de mensen. Die dachten bij zichzelf: 7 Zoiets mag hij helemaal niet zeggen! Hij beledigt God. Alleen God kan de zonden van mensen vergeven!

8 Maar Jezus wist wat ze dachten. Daarom zei hij tegen hen: ‘Het is anders dan jullie denken. 9 Het lijkt makkelijk om tegen iemand die niet kan lopen, te zeggen: ‘Ik vergeef je alles wat je verkeerd gedaan hebt.’ Het lijkt veel moeilijker om tegen hem te zeggen: ‘Sta op, pak je draagbed op, en ga lopen.’ 10 Maar ik ben de Mensenzoon. God heeft mij de macht gegeven om te vergeven. Dat zal ik jullie laten zien.’
Toen zei Jezus tegen de man die niet kon lopen:11 ‘Sta op, pak je draagbed op, en loop naar huis.’ 12 Meteen stond de man op. Hij pakte zijn bed op en liep weg.Iedereen had gezien wat er gebeurd was. De mensen waren diep onder de indruk. Ze dankten God en zeiden: ‘Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt!’


De meeste (?) kinderen van god geloven dat Jezus ook nu nog door zijn discipelen wonderen van genezing kan bewerkstelligen.  Eén van die discipelen heet Jan Zijlstra van de Levensstroom gemeente. Het lukt daar zo nu en dan ook nog wel en het haalde zelfs het één-vandaag nieuws (2007), met de genezing van Janneke Vlot:

Jan geeft toe dat bij hem lang niet iedereen geneest, “anders was ik immers God geweest, en dat ben ik niet.” Helemaal klopt dit niet met de uitspraken van Jezus die zijn volgelingen beloofde in Johannes 14:12:
12 Luister heel goed naar mijn woorden: Als jullie in mij geloven, zullen jullie net zulke wonderen doen als ik. Ja, zelfs nog grotere wonderen. Want ik ga naar de Vader.

Dit kan tot ontzettend veel krampachtigheid leiden in gelovige kringen. Ik herinner me nog dat we op het centrum waren van  de Wycliffe Bijbelvertalers in Papoea Nieuw Guinea toen een kind vermist werd. Het jongetje werd uiteindelijk verdronken gevonden in de rivier en al in ontbindende staat naar de kliniek in het centrum gebracht. De dokter daar die ook in goddelijke genezing geloofde was radeloos en begon de jongen de handen op te leggen in een poging hem in Jezus naam weer tot leven te wekken. Andere aanwezige zendelingen moesten hem bij deze tragische handelingen wegtrekken. Een ander schrijnend voorbeeld is van een evangelist in Nederland die met de moeder van  twee door hun vader in 2013 vermoorde broertjes in contact wilde komen om hen in Jezus’ naam weer tot leven te kunnen wekken. 
Wetenschappers hebben ook alle antwoorden niet, spontane genezingen vinden ook buiten het gelovige circuit plaats en dat de emoties en de adrenaline die tijdens zo’n geloofssessie door je lichaam kunnen jagen soms ook iets met dat lichaam kunnen doen, lijkt me niet onmogelijk……
Voor de meeste evangelisch gelovigen is geestuitdrijving nog wel een beetje een show ver weg van hun bed en ook bij goddelijke genezing voelen ze zich niet altijd gemakkelijk. Dat Jezus nadrukkelijk aangaf dat dit ook de “bediening” van zijn volgelingen hoorde te zijn, is dan wel een probleem. De standaardoplossing is dan het idee dat die wonderen etc. tijdelijk nodig waren om de kerk aan het begin een goede start te geven, maar dat het nu moet gaan om geloof in Jezus en vergeving van de zonden.

Terug naar het verhaal over Jezus. Tot nu toe had hij zichzelf nog steeds “Mensenzoon” genoemd, wat eigenlijk niet meer betekent dan “echt mens”.  Spoedig zou dat veranderen in “Gods Zoon”.

Hij gaat zichzelf steeds vrijer voelen en gaat in tegen een hele serie Joodse geboden. Werken op de sabbat (de Joodse Zondag) is ok en het is geen probleem om onrein vlees (bijv. varkensvlees) te eten.

Logisch dat dit zijn populariteit bij de gewone man vergroot, maar in bestuurlijke kringen begint men zich zorgen te maken. Hij werd dus vooral bekend door zijn gave om zgn. boze geesten uit te werpen en die boze geesten waren de eersten die hem “Zoon van God” gingen noemen. Jezus wil eerst niet dat dat overal bekend werd gemaakt:

Marcus 3:

11 Mensen met een kwade geest lieten zich voor Jezus op de grond vallen. Dan riepen die kwade geesten: ‘Jij bent de Zoon van God!’ 12 Maar Jezus zei streng tegen hen: ‘Je mag aan niemand vertellen wie ik ben.

Toen Jezus aan het begin van zijn carrière door Johannes de Doper gedoopt werd, ontstond het gerucht dat een stem (van God) gehoord werd die zei: “Jij bent mijn geliefde Zoon”. Het is niet onmogelijke dat de psychiatrische patiënten die bij Jezus kwamen  om hulp, dit gerucht opgepikt hadden en hier nu hun stem aan verleenden.  En nu de suggestie dat hij  “de Zoon van God” is ook uit de mond van duivels te horen was, begint Jezus het gevoel te krijgen dat ze misschien wel eens gelijk konden hebben en dat hij een martelaar zal worden voor de goede zaak. Hij voorspelt daarop zijn dood en wederopstanding.

Son of God and Son of man by Joseph

Jezus zegt wat er met hem zal gebeuren

Marcus 8:

31 Jezus begon aan de leerlingen uit te leggen wat er met hem moest gebeuren. Hij zei: ‘De Mensenzoon zal veel moeten lijden. De leiders van het volk, de priesters en de wetsleraren zullen hem behandelen als een vijand. Hij zal gedood worden. Maar drie dagen later zal hij opstaan uit de dood.’ 32 Jezus legde hun dit heel duidelijk uit.

Jezus baseert de drie dagen en drie nachten op het verhaal in het Oude Testament over Jona die drie dagen in de maag van een grote vis mocht verblijven en toen weer werd uitgespuugd (Mattheus 12:40).

Het zal niet blijven bij sterven en opstaan, Jezus zal ook na zijn dood terugkomen en de macht op aarde overnemen:

38 Als je mijn volgeling wilt zijn, moet je je niet schamen voor mij of voor mijn boodschap. Ook al zijn de mensen om je heen slecht en ontrouw aan God. Want anders zal de Mensenzoon zich ook voor jou schamen als hij terugkomt. Bedenk dat de Mensenzoon zal komen met de engelen uit de hemel. En met de macht van zijn Vader.’

Pas als hij verantwoording moet afleggen over zijn woorden en daden tegenover de hoogste geestelijke autoriteit, wordt het duidelijk. “Mensenzoon” is voor Jezus hetzelfde als “Zoon van God”.

Jezus is de Mensenzoon en Zoon van God.

Toen stelde de hogepriester Jezus een vraag. Hij zei: ‘Bent u de messias, de Zoon van God?’62 Jezus zei: ‘Ja, dat ben ik. Ik ben de Mensenzoon. Jullie zullen mij naast God zien zitten, aan de rechterkant. En jullie zullen mij uit de hemel zien terugkomen op de wolken.’

We krijgen door het hele verhaal heen de indruk van een man met een boodschap en de visie dat het “koninkrijk van God” (“Gods nieuwe wereld” in de vertaling van BGT) spoedig gevestigd zal worden. Verder gelooft hij in zichzelf als genezer, een beetje zoals Jomanda of Jan Zijlstra of andere genezers die je met name in de derde wereld veel tegenkomt. Langzamerhand wordt zijn succes ook zijn val en gaat hij zich inbeelden een bijzonder iemand te zien, ja zelfs de Zoon van God en iemand voor wie het martelaarschap is weggelegd maar dat hij door Zijn Vader na zijn dood weer naar de aarde teruggestuurd zal worden om het Koninkrijk van God te vestigen.

Dit is dan ook mijn indruk dat hij een man was die met goede bedoelingen  begon maar door zijn succes toch de weg een beetje kwijt raakte en aan een zekere grootheidswaan ten onder ging.

Jezus lijkt hier niet het concept al te omarmen dat hij het Lam van God is en de prijs moet betalen voor de vergeving van zonden en om de mensen weer met God te verzoenen. Het dichtst komt hij bij dit idee in zijn uitspraak dat hij op aarde was gekomen om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.

Macrus 10: (NBG)

Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn. 45 Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.

Het idee is hier meer dat hij zijn leven denkt te gaan geven als morele (pacifistische) vrijheidsstrijder voor het opzetten van een betere wereld (het koninkrijk van God). Om in dat koninkrijk binnen te kunnen gaan, hoef je HEM  niet in je hart toe te laten, maar moet je je naaste liefhebben als jezelf. De Jezus van de synoptische evangeliën is een sociale, socialistische Jezus. Het is ook niet waarschijnlijk dat hij met de term “Zoon van God” zichzelf al was gaan zien als een God, het blijft meer een verheven titel.

Veel van zijn volgelingen bleven ook na zijn dood in hem geloven. Ze gingen geloven dat hij weer opgestaan was en naar de hemel gegaan, waar vandaan hij weer terug zal komen om het koninkrijk van God te vestigen. Het is met name aan Paulus van Tarsis te danken dat deze overtuiging ook buiten Palestina  in de toenmalige wereld werd verspreid.

In het Johannes-evangelie, kom je een heel andere Jezus tegen, iemand die vanaf het begin al direct gelooft dat hij zo’n beetje gelijk is aan God en dat je in Hem moet geloven om het Koninkrijk van God binnen te mogen gaan.

In het Johannes evangelie wordt Jezus opgevoerd als iemand die God, vrijwel letterlijk, vertegenwoordigt. Wie Hem kent, kent God, zegt hij zelfs. Belangrijker dan bekering van zonden is hier het geloof in Jezus. Wie in Hem gelooft krijgt eeuwig leven .

De volgende keer: Waar de evangeliën elkaar tegenspreken.