Select Page

Jozua en de vernietiging van Jericho

by | Nov 11, 2015 | Uncategorized | 1 comment

Joshua fought the battle of Jericho.

We hebben al gezien in eerdere blogs dat kinderen van God de verhalen in de Tenach, de “Bijbel” van de Joden en het “Oude Testament” van de christenen toepassen op hun eigen christelijke geloof.

We gaan in deze blog eens kijken naar het binnentrekken van de Israëlieten in het Beloofde Land, dat toen  nog Kanaän heette. Voor gelovigen is ”het beloofde land” een beetje tweeledig. Aan de ene kant zou dat de hemel kunnen zijn, maar meer gebruikelijk de nieuwe aarde waar de gelovigen in een nieuw lichaam zullen komen te wonen, een land zonder dood en pijn en verdriet. Waar het lam zich neerlegt bij de leeuw. De rivier de Jordaan die bij het binnentrekken eerst overgestoken moest worden is dan ook in het gelovige denken vaak een symbool voor het sterven.
Johny Cash: Peace in the Valley
De eerste stad die op hun weg lag om Kanaän te veroveren, heette Jericho. De legeraanvoerder, Jozua, had al een paar spionnen de stad ingestuurd om de zaak te verkennen. Hun God had echter al een gemakkelijke genocide bedacht en ze hoefden alleen maar een paar keer om de stad heen te trekken en daarna hard te juichen. Zo gezegd zo gedaan, de Israëlieten trokken 6 dagen lang één keer om Jericho heen en de zevende dag 7 keer achterelkaar aan. Toen klonken de ramshoorns en brak de hel los (voor de inwoners van Jericho dan.):
 

20 Toen de ramshoorns klonken, brak het volk uit in een donderend geschreeuw. De muur stortte in en iedereen klom de stad binnen vanaf de plaats waar hij zich bevond. Ze namen de stad in 21 en doodden alles wat erin was, zowel mannen als vrouwen, zowel kinderen als bejaarden, zowel runderen en schapen als ezels. 22 Maar Jozua zei tegen de twee mannen die het gebied hadden verkend: ‘Ga naar het huis van die hoer en breng haar met haar hele familie naar buiten, zoals jullie haar hebben gezworen.’ 23 De verkenners brachten Rachab naar buiten, samen met haar vader en moeder, broers en verdere familie. Kortom, ze brachten haar met al haar verwanten naar buiten en gaven hun een verblijfplaats buiten het kamp van Israël. 24 De Israëlieten lieten de stad met alles wat erin was in vlammen opgaan; alleen het zilver en goud en de koperen, bronzen en ijzeren voorwerpen brachten ze in de schatkamer van het heiligdom van de HEER. 25 Maar de hoer Rachab werd door Jozua gespaard, samen met iedereen die tot haar familie behoorde. Hun nakomelingen wonen tot op de dag van vandaag onder de Israëlieten, want Rachab had de mannen die in opdracht van Jozua Jericho moesten verkennen een schuilplaats gegeven.

Hoe kunnen kinderen van god leven met zo’n gruwelijke goddelijke oorlogsmisdadiger?  Kun je nog enig respect hebben voor zo’n God?

Verre weg de meeste kinderen van god kunnen hier mee leven door er maar  niet over na te denken. Waar men dat wel durft, worden de inwoners van Kanaän afgeschilderd als gedegenereerde monsters die zelfs hun eigen kinderen offerden aan hun goden. Die mogen toch wel afgeslacht worden en zo lopen de kinderen ook  niet gevaar in  dezelfde goddeloze praktijken op te groeien.

 

Zie hier hoe er bijvoorbeeld bij het evangelische Yarah Bijbel college, Zuidhorn over gedacht wordt:

Je moet toch wel heel erg gestoord of gebrainwashed zijn om met dit soort rechtvaardiging aan te durven komen. Ik houd het maar op gehersenspoeld want de opvatting is vrij algemeen onder fundamentalistische gelovigen.
Anderen proberen een wat subtielere(?) uitleg, Jart Voortman, bijv. in de handreiking bij zijn boek “Open Geloven”. Die geweldsverhalen passen wel niet bij ons, maar je moet zien waar het om gaat:

“Bij vele gewelddadige teksten in de Bijbel gaat het er niet om om vast te leggen  wat wel en wat niet toelaatbaar is. De centrale vraag is een heel andere: als je in de moeilijkheden zit: kun je dan aan op God of niet?”

Zo kom je er mooi vanaf. Nog erger wordt het in het boekje van Reinier Sonneveld “De stilte van God”. Het was allemaal niet zo erg als het werd beschreven, ook in de bijbel wordt wel eens stilistisch overdreven (p. 272). Die inname van Kanaän ging niet gepaard met genocide, heus alle onschuldige vrouwen en kinderen werden niet vermoord. Gewoon het land van anderen inpikken is kennelijk ok, zolang je maar een paar mensen in leven laat.
De holocaust was kennelijk ook geen genocide omdat er ook wel overlevenden zijn geweest. Ik werd letter misselijk bij het lezen van dit  witwassen van geweldsteksten in de bijbel.

 

Lofprijzen als wapen.

De belangrijkste les die kinderen van god uit dit verhaal leren is dat ze God al van te voren moeten danken dat hij de overwinning gaat geven, over bijvoorbeeld allerlei problemen waar je tegenaan loopt. Niet alleen danken, maar Hem loven en prijzen om zijn grootheid. Kennelijk verwarmt dat Gods hart zo dat je een betere kans maakt dat hij ten behoeve van jou/jullie ingrijpt. Elly en Rikkert zingen erover:

 

 

Dames van Jehova

Onlangs werd ik bezocht door twee dames van Jehova. Ik laat hen altijd standaard weten dat ik alleen maar geïnteresseerd ben in aansluiting als ze me een plekje konden garanderen bij de 144.000 die (volgens hen) op de nieuwe aarde met Jezus zullen regeren. Het alternatief om met al die saaie Jehova getuigen een beetje op die nieuwe aarde rond te moeten hangen, leek me niks. Nou ja, daar hadden ze natuurlijk de bevoegdheid niet toe. Dan maar eens wat anders, hoe konden ze nu geloven in een God die een hele stad uit laat moorden. En ik beschreef in detail de angst en angstkreten van kinderen die zich aan hun ouders vastklemden om de bloedige zwaarden te ontwijken, het gekrijs van zwangere vrouwen die opengereten werden…..

Terwijl ik nog met mijn plastische beschrijving bezig was riep de jongste van Jehova’s vrouwen: “Maar Rachab, zij werd gered! Rachab, een hoer nog wel! God redde haar. Ziet u dat dan niet..?”

Nou vallen Jehova getuigen niet in mijn categorie van “kinderen-van-god”, maar kinderen van God hadden zo ook kunnen reageren.

Er kwam even een reflecterend moment in het gesprek, waarop ze zei: “Wat is het vreemd hoe je in een verhaal andere dingen als belangrijk kunt zien.” Hoe opmerkelijk is het, dacht ik, dat je zo voorgeprogrammeerd kunt zijn dat je de ernst van een zaak niet meer kunt zien.

Waar zou je het mee kunnen vergelijken? Voordat de Duitsers in 1940 Rotterdam plat gingen bombarderen, hebben ze wellicht ook wel een paar spionnen erop afgestuurd om te zien waar die bommen het beste konden vallen. Wellicht zijn die ook door een hoertje in bescherming genomen in ruil voor informatie over een veilige vluchtplek voor haar en haar gezin.

Zou er echt iemand zijn die het verhaal van dat hoertje zou willen verheerlijken? Vrouwen die met de Duitsers heulden werden na de oorlog kaal geschoren en vernederd. Dat had ook het lot van Rachab moeten zijn, een verraadster, een collaboratrice ... 

Voor kinderen van god is zij een voorbeeld van de zondige mens (een hoer) die zijn heil zoekt in Jezus en dan door hem gered wordt. Hij heeft a.h.w. het bloed van Jezus aan de deur van zijn hart gesmeerd, gesymboliseerd door het rode koord dat hing van Rachab’s raam.

Het is ook niet zo dat er in het Nieuwe Testament afstand gedaan werd van deze gruwelijke gebeurtenis. Er wordt met bewondering naar verwezen:

Hebreeën 11:

30 Door hun grote geloof trokken de Israëlieten zeven dagen lang om de stad Jericho heen. Na die zeven dagen stortte de stadsmuur in.

31 Ook de hoer Rachab had een groot geloof. Zij had de spionnen verborgen die door Jozua naar Jericho gestuurd waren. Daarom bleef zij in leven toen alle slechte mensen in Jericho gedood werden.

 

Het verhaal van Jericho als mythe.

 Middeleeuws schilderij van Jean Fouquet van het Bijbelse verhaal over de Val van Jericho


In de jaren 1950- deed Kathleen M. Kenyon onderzoek in Jericho. Zij kwam tot de conclusie dat het verhaal in het boek van Jozua en zijn Muren van Jericho een mythe was. De in de 13e eeuw v. C. onder aanvoering van Jozua hier binnendringende Israëlieten vonden een bijna verlaten stadje met vervallen versterkingswerken. Noch bazuingeschal noch krijgsgeschreeuw was nodig om de muren van ’de machtige koningsstad’ te doen instorten, zoals het boek Jozua vermeldt.