Selecteer een pagina

Het Licht der wereld dat duisternis bracht.

Wie in de jaren 60 en 70 wel eens in L’Abri (Zwitserland) kwam of anderzijds onder het gepassioneerde gehoor verbleef van Francis Schaeffer, begreep dat het met de wereld alleen maar goed kon gaan als ze geregeerd werd vanuit een “Christelijke consensus”. Dat het met de Verenigde Staten in de 20st eeuw helemaal mis ging was hieraan te wijten. Ook al waren de “founding fathers” niet allemaal christenen geweest, ze hadden een christelijke consensus ondersteund en dat gaat nu teloor. Dit verklaart ook de grote steun onder kinderen van god in Amerika voor de vrij goddeloze Trump.


“Toen er nog een Judeo-Christelijke consensus was, was er een basis voor de wet. Maar nu hebben we een willekeurige sociologische wetgeving. Een wetgeving dus die gebaseerd is op het denken van de maatschappij op een bepaald moment in de geschiedenis. Zo’n wetgeving kan zelfs de wil en de morele overtuiging van de meerderheid overschrijven. Zo’n verandering kan alles veranderen, ook wie mag leven en wie moet sterven.”

Full speech:   https://www.youtube.com/watch?v=1VWGBkmdPOE

In de vierde eeuw was het dan zover, de christelijke consensus brak door, toen de keizers uiteindelijk voor het christendom kozen. Het Licht der wereld brak door … en de wereld werd in steeds grotere duisternis gehuld….. De informatie in deze blog komt voor een groot deel uit “Eeuwen van duisternis”, een ontluisterende reflectie op de doorbraak van het Christendom van de hand van Catharine Nixey.

Constantijn de Grootte

Verschillende machthebbers vochten over Rome. Maxentius had de macht daar en Constantijn zocht hem te verdrijven. Volgens de kerkhistoricus Eusebius van Caesarea, die het van de keizer zelf gehoord zou hebben, had Constantijn aan de hemel een kruis gezien en daarbij de boodschap ”in dit teken, zult u overwinnen “. In een ander verhaal wordt verteld dat hij een droom had waarin hem werd verteld het teken van Christus op de schilden van de soldaten af te laten beelden. Dit is waarschijnlijk het Chi-Rho teken geweest, de eerste twee letters van het Griekse woord voor Christus (XR). Zo versloeg Constantijn Maxentius dus en kon triomfantelijk Rome binnentrekken. Eén van zijn eerste daden was om godsdienstvrijheid af te kondigen voor iedereen. Wel is duidelijk dat de christelijke geestelijken al snel bevoordeeld werden, vrijgesteld van belastingen, voorzien van geld voor het bouwen van kerken, het uitvoeren van liefdadigheidsprojecten etc.

Christendom werd staatsgodsdienst

De keizers moesten ook wel kiezen tussen de steeds verder opdringende nieuwe religies. Het Mithraïsme werd in 307 onder keizer Diocletianus nog tot staatsgodsdienst verheven, maar in 313 koos Constantijn de Grootte dus voor het christendom en riep vrijheid van godsdienst uit. Zo’n 48 jaar later wilde keizer Julianus daar weer vanaf en terugkeren tot de oude Romeins-Griekse cultus. Daarvoor was het toen te laat en volgende keizers hebben het dan ook maar op het christendom gehouden. Het werd in 380 AD door keizer Theodosius I zelfs tot staatsgodsdienst verheven.

De geloofsbelijdenis van Nicea

Rust in het rijk was een belangrijk streven voor de keizers en de verdeeldheid en het getwist onder christenen was Constantijn een doorn in het oog. Hij sleepte zoveel mogelijk bisschoppen vanuit het hele rijk bij elkaar en liet ze niet gaan tot ze een document van éénheid hadden opgesteld en ondertekend: De geloofsbelijdenis van Nicea (AD 325). Hij werd in AD 381 nog wat aangepast in Constantinopel en luidde dan als volgt (protestantse versie):

Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.
En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet gemaakt, van hetzelfde Wezen met de Vader; door Wie alle dingen gemaakt zijn.
Die, om ons mensen en om onze zaligheid, is neergekomen uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en een mens geworden is; ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft, en begraven is, en op de derde dag opgestaan is overeenkomstig de Schriften, opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal weerkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; wiens rijk geen einde zal hebben.
En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.
En een heilige, algemene en apostolische kerk.
Ik belijd een doop tot vergeving van de zonden.
Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw.


Amen.

Ware kinderen van god zullen hier veel in missen. Jezus die niet alleen voor ons, maar in onze plaats stierf om als schuldoffer de straffende Vader met ons te kunnen laten verzoenen. En de Heilige Geest die in je wil wonen om je van binnenuit meer op Christus te kunnen laten lijken. De geloofsbelijdenis sloot ook grote groepen uit, met name de volgelingen van Arius die Jezus niet helemaal dezelfde status toekenden als de Vader. Ze waren erg sterk in het oostelijke rijk, maar ook bij de Germaanse Goten, die door de Ariaanse Wulfilla tot geloof waren gebracht. Een ander belangrijk geschilpunt was de dag waarop Pasen werd gevierd. Constantijn droof de Westerse datum door en wilde niet aansluiten bij het Joodse Pascha, het feest van een volk dat in zijn woorden

“Hun handen hadden bevuild met een verschrikkelijke misdaad [het doden van Jezus]. Dit soort mensen zijn, zoals je wel kunt bevroeden, blind”

Het kruis dat duisternis bracht.

Vanaf het moment dat de Christelijke consensus z’n intrede deed ging het bergafwaarts met de Romeinse wereld. Oud cultureel erfgoed werd vernietigd, zoals ISIS dat deed met Boeddhistische, Soefistische en Christelijke monumenten. Wetenschappelijke vooruitgang kwam tot stilstand. Vrijheid van godsdienst werd steeds verder ingeperkt. Corruptie nam toe naar mate steeds meer wereldlijke macht in de handen kwam van de geestelijkheid.

In liefdadigheid verpakte evangelisatie.

In het begin was het Christendom nog steeds geen meerderheidsgodsdienst, maar christenen hadden nu wel de vrije hand om hun geloof uit te dragen. Een probaat middel daarbij, dat je nu ook volop in gebruik ziet is het aanbieden van sociale hulp, projecten voor armen, hongerigen, opvanghuizen voor kindertjes in arme landen, hulp na aardbevingen, tsunami’s, overstromingen..
Door dit te doen, toon je Christus (in jou) aan de wereld. Woorden zijn dan niet eens meer nodig, nou ja, mocht God je de kans daartoe geven dan maak je daar natuurlijk wel gebruik van….
In de Romeinse wereld zag je iets dergelijks gebeuren. Alexandrië, bijv., lag aan een kruispunt van handelsroutes en toen het getroffen werd door de pest lagen de straten bezaaid met lijken. Jonge christenen meldden zich aan om deze lijken met gevaar voor hun eigen leven weg te dragen en zo de maatschappij te dienen. Ze werden “parabalani” genoemd (de roekelozen) en aan het begin van de vijfde eeuw waren er al zo’n 800 lid van de parabalani, een leger van jonge mannen die zich wijden aan de dienst van God. Dit soort liefdadige legers zouden spoedig getransformeerd worden in vernielende bendes.
 

Verwoesting van cultureel erfgoed.

Heidense tempels riepen al gauw de woede van fanatieke gelovigen op. En de parabalani-achtige groepen konden mooi ingezet worden om hier iets aan te doen. Fraaier dan het Parthenon boven Athene en het Colosseum in Rome moet de tempel van Serapis in Egypte geweest zijn.
Hij is in 392 door een bisschop, met de hulp van een bende fanatieke christenen, met de grond gelijkgemaakt. (EVD p. 204)
Aangemoedigd door de keizers werden de tempels leeggehaald en vernield. Vooral de verwoestingen in Syrië waren kennelijk barbaars. Syrische monniken – onbevreesd, ontheemd, fanatiek – werden berucht om de felheid en het geweld waarmee ze tempels, beelden en monumenten, en naar het schijnt zelfs priesters die weerstand boden, aanvielen.
In 529, het jaar waarin de sfeer in Athene begon te verslechteren, sloopte Benedictus het heiligdom van Apollo in Monte Cassino.
Een paar jaar later gaf keizer Justinianus opdracht om de fries van de prachtige tempel van Isis in het Egyptische Philae te vernietigen. Een christelijke generaal en zijn troepen sloegen vervolgens inderdaad systematisch de gezichten en de handen van de duivelse beeltenissen af. De fries in Philae is nog steeds te bezichtigen – veel is nog intact, maar veel van de uitgehakte figuren missen hun gezicht en hun handen. (EVD 503)

Wetenschappelijke vooruitgang gestremd.

In die beroemde tempel van Serapis was een openbare bibliotheek ingericht met waarschijnlijk wel 500.000 klassieke boeken (EVD  p. 299). Die werden vrijwel allemaal mee vernietigd. De kennis van klassieke filosofen en wetenschappers werd als waardeloos of tweederangs geacht. Theologie werd de basis voor alle wetenschap en de bijbel de bron van ware kennis. Tertullianus zei het al zo:

“Wat heeft Athene met Jeruzalem gemeen, of de Academie met de Kerk? Wij hebben geen behoefte aan nieuwsgierigheid sinds Jezus Christus noch aan onderzoek sinds het Evangelie.

Hoewel het (neo)-platonisme nog een beetje bleef bestaan omdat sommige kerkvaders Plato hadden gezien bijna als een christen die al voor Christus had geleefd, werden veel van de in de heidense Griekse wereld al aanwezige ideeën niet verder uitgewerkt, denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid dat de aarde om de zon draaide of het bestaan van atomen. Wat betreft de mannen van de klassieke Griekse literatuur raadt Basilius jongeren aan om

‘niet voor eens en altijd het roer van hun geest over te dragen aan die [klassieke] mannen […] en hen overal heen te volgen; maar alleen datgene van hen aan te nemen wat nuttig is en te weten wat hoort te worden overgeslagen’. (EVD 320)

Keizer Justianus de Grootte vaardigde in 526 een wet uit waarin o.a. het volgende stond:

‘Bovendien verbieden we het onderricht in enige doctrine door degenen die werken onder de waanzin van het heidendom, zodat zij geen kans krijgen om de ziel van hun leerlingen te bezoedelen’

Dit leidde al spoedig tot de sluiting van de befaamde klassieke Academie van Athene, ooit in 387 v. Chr. door Plato opgericht.

Bij de ketterse Nestorianen en later de Moslims werd nog veel van die literatuur bewaard en bijvoorbeeld in het Arabisch vertaald. De moslims bleven wel aan de ideeën verder werken. Via hen kon er tijdens de Renaissance ook weer literatuur en de bijbehorende kennis terugvloeien naar de christelijke wereld.

Kinderen van god geloven graag dat het Christendom de bron is van al onze wetenschappelijke vooruitgang en zien de massale ongelovigheid van moderne wetenschappers als een zeer ondankbare houding. De ontwikkeling in het Christendom heeft zeker een rol gespeeld. Toen, te beginnen met de Renaissance, het Humanisme en de Reformatie, mensen weer de vrijheid kregen zelf een mening te hebben en die te uiten, kregen we in eerste instantie een hele reeks religieuze groepen en groepjes, elk met hun eigen waarheid, maar uiteindelijk ook intellectuele verlichting en de vrijheid om ongehinderd door religieuze beperkingen wetenschappelijk onderzoek te doen.

Beperking van godsdienstvrijheid.

Toen het Christendom de heersende godsdienst werd in het Romeinse rijk, begon ook de onderwerping van andere stromingen. Niet anders dan wat je nu ziet in landen waar de Islam of zelfs het Boeddhisme de touwtjes strak in handen heeft. Andersgelovigen werden gedwongen hun boeken te verbranden, hun gewijde gebouwen werden vernield, ze waren hun leven vaak niet veilig.

In 391 nam de streng christelijke keizer Theodosius een geduchte wet aan.

‘Niemand zal het recht hebben offers te brengen, niemand mag naar een tempel gaan, niemand mag een heiligdom vereren.’
 


De moord op Hypathia is een aan de kerkelijke census ontsnapt zeer waarschijnlijk waargebeurd verhaal. Hypathia was een zeer bekende en gewaardeerde (maar niet Christelijke) filosofe en wiskundige in Alexandrië.

Op een dag in maart 415 vertrok Hypatia van huis voor haar dagelijkse ritje door de stad. Plotseling werd haar de weg versperd door een ‘menigte volgelingen van God’. Ze gelastten haar uit haar wagen te stappen. ….
Zodra ze op straat stond, drongen de parabalani, onder leiding van een kerkelijk magistraat genaamd Petrus – ‘een in alle opzichten ware gelovige in Jezus Christus’ – om haar heen en grepen ‘de niet-christelijke vrouw’. Vervolgens sleepten ze de grootste levende wiskundige van Alexandrië door de straten naar een kerk. Eenmaal binnen rukten ze haar de kleren van het lijf en daarna reten ze met scherpgekante afgebroken stukken aardewerk haar huid aan flarden. Volgens sommigen staken ze haar ogen uit toen ze nog naar adem snakte. Toen ze dood was, scheurden ze haar lichaam aan stukken, smeten wat er over was van het ‘prachtige kind der rede’ op een brandstapel en verbrandden haar.
(EVD p 316).

Wereldse macht in handen van de geestelijkheid.

Bisschoppen en andere geestelijken werd steeds meer macht toegedeeld. Het christelijke geloof werd niet meer alleen verkondigd, maar erin geramd. Daarover een volgende keer.

Verduisterend Licht

door | dec 2, 2017 | Uncategorized | 0 Reacties

Bloedschande

God geeft het niet zo gauw op. Zijn verlangen naar een liefdevolle relatie met zijn poppetjes, daar kun je moeilijk kritiek op hebben. Wel jammer dat Hij dat nu ging beperken tot één man en zijn nageslacht, die Abram, zoon van Terach en stamhouder van het geslacht van Sem, de zoon van Noah. Maar goed met die andere poppetjes was toch niet veel meer te beginnen dus daarom besloot God z’n aandacht maar te focussen op Abram. Toen Hij Abram voor het eerst opmerkte dacht Hij “Ha, daar heb ik iemand die in mij gelooft. Die kan m’n vriend wel zijn!”

Jakobus 2:23 NBG51
23 ——– Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.

Dat “ha-gevoel” dat wilde God in Zijn nieuwe vriend vasthouden en daarom voegde Hij het maar toe aan zijn naam. En zo werd Abram Abra-ha-m!  Nou betekent die naam “vader van vele volken” en was dat nou niet precies wat God met Abraham voor had? Geen toeval dus, maar een waarachtig wonder!

Abraham en z’n nageslacht moesten dan ook wel zuiver blijven. De keuze voor een vrouw was zodoende ook wel heel erg precair.  Lastig voor God om daarin een keuze te maken, want Hij had niet zoveel ervaring met vrouwen en was ook nooit getrouwd geweest, nou ja er zat nog wel iets aan te komen in het jaar 0, maar dan ook weer niet echt lijfelijk. Hij bedacht toen dat de vader van Abraham nog een andere vrouw had dan de moeder van Abraham. En die vrouw had een dochter, Sarai. Perfect immers om het geslacht intact te houden.  Van haar naam haalde Hij later de “i” af. Hij had genoeg van puntjes op de “ï” zetten, moet Hij gedacht hebben en Sara, zonder die “i” betekent “vorstin”! Ook geen toeval dus want het lag in de bedoeling dat ze daarvan nog velen voort zou brengen!

Zijn engelen die met grote futuroscopen in de toekomst konden kijken, moeten Hem nog wel gewaarschuwd hebben dat er zo’n vierduizend jaar later verheidenste poppetjes van Hem waren die zo’n huwelijk in hun Burgerlijk Wetboek verboden hadden (ref.) omdat dit soort relaties tot allerlei erfelijke aandoening kon leiden (ref.)     

Maar goed, dat ging over die afvallige poppetjes en daar zitten er altijd wel tussen die denken beter dan god te zijn. Daar kon Hij even niets mee.

Brigitte Bardot

Abram trouwde dus met Sara en die Sara was beeldschoon, een soort Brigitte Bardot of Pamela Anderson uit de oertijd. Helaas zijn er geen rotstekeningen van haar overgebleven uit die tijd en weten we dus niet goed hoe ze toen gekleed ging. Wel dat het mannen begerig maakte.

Het ging namelijk slecht in het land dat God aan Abraham toegewezen had. Er ontstond hongersnood en Abraham moest met zijn hele huishouding, inclusief het bijbehorende slavenbestand, naar Egypte.

Nou toen de Farao daar Sara zag, was hij niet meer te houden. Abraham kneep hem vreselijk en was bang dat de Farao hem wel eerst uit de weg zou willen ruimen om Sara te kunnen  bemachtigen. Daarom  had hij met zijn vrouw afgesproken dat ze de Egyptenaren zou vertellen  dat ze zijn zuster was. Een wit leugentje eigenlijk, want per slot van rekening was ze ook zijn zuster, halfzuster dan.

Farao liet het er niet bij zitten en voegde haar terstond aan zijn harem toe.

Gen 12: NBG51

14 Zodra ​Abram​ ​Egypte​ binnentrok, zagen de ​Egyptenaren, dat de vrouw zeer schoon was; 15 en toen de vorsten van ​Farao​ haar zagen, roemden zij haar bij ​Farao, zodat de vrouw naar het ​huis​ van ​Farao​ gehaald werd.

Abraham werd daarvoor goed beloond:

16 En hij deed ​Abram​ wèl om harentwil, zodat hij schapen, runderen, ezels, ​slaven, ​slavinnen, ezelinnen en ​kamelen​ ontving.

God echter nam wraak :

17 Maar de Here sloeg ​Farao​ met zware plagen, evenals zijn ​huis, ter oorzake van ​Sarai, de vrouw van ​Abram.

Toen ging er bij de Farao een lichtje branden en donderde hij  Abraham met vrouw en  al het land weer uit.

Was misschien toch niet zo handig geweest om Abraham met z’n halfzuster te laten  trouwen. Kunnen we beter helemaal verbieden, moeten zijn genetica engelen Hem ingefluisterd hebben, want Hij liet kort daarna een nieuw edict uitvaardigen over wie met wie niet mochten vrijen. Broer en (half)zus zaten daar ook bij:

Leviticus 18: NBG51

6 Niemand zal naderen tot zijn naaste bloedverwant, om de schaamte te ontbloten: Ik ben de Here. ‘……….. 9 De schaamte van uw zuster, de dochter van uw vader of de dochter van uw moeder, geboren in ​huis​ of geboren daarbuiten, haar schaamte zult gij niet ontbloten. ………11 De schaamte van de dochter van uws vaders vrouw, die aan uw vader geboren is, zij is uw zuster – haar schaamte zult gij niet ontbloten…..

Het was wel even een ongemakkelijk moment. Hij had altijd al de indruk willen wekken dat er bij Hem…

Jacobus 1: NBG51
17… geen verandering is of zweem van ommekeer.

En nu dan toch…  Maar God is echter een ware politicus. Hij blijft dingen beloven en ook al komt er vaak niet veel van terecht, Hij weet er altijd wel een draai aan te geven. Met die belofte van een indrukwekkend nageslacht voor Abraham wilde het ook maar niet vlotten en toen Abraham daar weer eens over zeurde, kwam God even met twee andere Heeren (bodyguards wellicht ?) bij hem langs en zwoer nogmaals dat het zou gebeuren, binnen  een jaar zou Sara een zoon baren.

Gen 18: NBG51

10 En Hij zeide: Voorzeker zal Ik over een jaar tot u wederkeren, en dan zal uw vrouw ​Sara​ een zoon hebben.

 Sara stond in het geheim mee te luisteren en moest daar hard om lachen:

En ​Sara​ luisterde bij de ingang der ​tent, die zich achter Hem bevond. 11 Abraham​ nu en ​Sara​ waren oud en hoogbejaard; het ging ​Sara​ niet meer naar de wijze der vrouwen. 12 Dus lachte ​Sara​ in zichzelf, denkende: Zal ik wellust hebben, nadat ik vervallen ben, terwijl mijn heer oud is?


  No longer slaves (Lyric Video) | Bethel Music | Jonathan David & Melissa Helser

Na Sara even de les gelezen te hebben gingen de drie Heeren weer verder op reis.

Brigitte een beetje ouder

Abraham blijft hardleers en zodra hij ergens in den vreemde is, moet Sara de rol van zuster weer spelen. In het koninkrijk van Gerar werd koning Abimelek zich al gauw bewust van die uitzonderlijke (vervallen?!) schoonheid van de zus van Abraham. Die werd dus al snel als zijn vrouw ingepalmd!

Abraham zat daar kennelijk niet zo erg mee, maar God wel en zorgde voor zoveel rampen voor Abimelek dat hij al gauw wist dat er iets  niet in de haak was en toen kreeg hij een droom waarin de aap al gauw uit de mouw kwam: Hij had de vrouw van Abraham ingepikt!

Met excuses en een hele serie spullen zoals schapen en runderen en slaven en slavinnen, werd Sara aan Abraham teruggegeven. Die Abraham kreeg er zo ook maar weer heel wat “spullen” bij.

In  het logboek van God lezen we niet wanneer  Abimelek Sara tot vrouw nam. De paparazzi suggereerden wel dat het zo’n drie maand na de hernieuwde belofte was. Negen maand later zou Sara dan een zoon gebaard hebben en die werd Isaak genoemd.

Abimelek claimde nog wel dat hij haar niet aangeraakt had, maar ja wie zou dat in zijn geval ook niet zeggen?

Er is waarschijnlijk in de hemel bij de goed geïnformeerde genetici toen ook al wel een discussie ontstaan over vruchtbaarheid. Ze hadden over dat onderwerp al eens via hun futuroscoop gegoddeld. Zou het kunnen dat de schuld bij Abraham lag?  Dat de oorzaak in 30% van de gevallen bij de man ligt en in 30% van de gevallen bij de vrouw? (ref.)

Nou leek het er wel op dat Abraham bewezen had dat hij wel vruchtbaar was, want Sara had hem haar slavin gegeven om een zoon te verwekken. Vrouwen in die tijd waren nu eenmaal erg gul. En dat was nog gelukt ook, zo leek het,  Ismaël , werd geboren, de voorvader van Mohammed (geprezen zij zijn naam) en alle Arabieren. Maar kunnen we daar wel zeker van zijn?

Slavenhouders waren niet erg geïnteresseerd in de vaders van de kinderen van hun slavinnen. De moeders waren belangrijker maar moesten wel zelf weer direct aan het werk en de kinderen werden opgevangen door een dresneger of dresmama  speciaal voor dat doel uitgekozen en opgeleide slaven (ref.) In de Surinaamse slavenregisters “vindt u de naam van een persoon, geslacht, leeftijd of geboortejaar, moedersnaam (voornamelijk in registers vanaf 1848), de eigenaar en een link naar de scan van het folio.” (ref.)

De noodkreet van ene Jason, op zoek naar zijn voorouders, is kenmerkend:

“Enkele maanden geleden ben ik begonnen met het zoeken naar mijn voorouders. Sommige lijnen voeren mij helemaal terug naar de slavernij. En vaak (eigenlijk altijd) vind ik dan alleen maar gegevens van de vrouwelijke lijn. Ik kan niets van de vader vinden. Is dat normaal? …”

Zou het in de tijd van Abraham anders geweest zijn en hoe zeker kunnen we er van zijn dat hij de vader was van Ismaël ?  De man had tot ver in zijn tachtigste geen kinderen kunnen verwekken en nu dan wel??

We zullen het nooit weten, Abrahamietisch DNA staat ons niet ter beschikking. Abraham was blij met Isaak, of hij nu op hem leek of niet. Maar die Isaak leek een gewelddadige vroege dood beschoren…  Daarover een volgende keer.

Klik hier voor de andere delen van Genesis met een glimlach

Een uitgave van Kinderen van God, wat denken ze (wel)?!