Selecteer een pagina

I-saak

Lauren Daigle zingt een liedje dat ook in Nederland tot een tophit werd. Het toont een verlangen dat velen moeten herkennen om onvoorwaardelijk lief gehad te worden. Geliefd door iemand die in je gelooft, die je accepteert zoals je bent, die je op z’n woord kunt vertrouwen, iemand aan wie je je durft over te geven:

You say I am loved when I can’t feel a thing You say I am strong when I think I am weak And You say I am held when I am falling short And when I don’t belong, oh, You say I am Yours And I believe (I), oh, I believe (I) What You say of me (I) I believe

Ik vraag me af hoeveel mensen zich realiseren dat dit een lied is, gericht aan God. Er is ook maar één regel waarin dit duidelijk wordt:

You’ll have every failure, God, You’ll have every victory, ooh oh Je moet dit verlangen naar deze onvoorwaardelijke liefde herkennen om te begrijpen waarom mensen in een God gaan geloven aan wie ze deze perfecte liefde toeschrijven. Een placebo voor wat er bij mensen nooit volmaakt gevonden gaat worden. Het verhaal van Isaak de zoon van Abraham en zijn twee zonen deed me aan placebo-liefde denken. Toen Abraham zijn zoon Isaak een naam moest geven, moet hij aan de verboden Apple gedacht hebben die zijn voorouders, de eerste mensen, Adam en Eva, gegeten hadden. Van de boom der kennis! Geen wonder dat Abraham zijn zoon I-saak is gaan noemen, een waarachtig Apple kennis product. Had hij kunnen dromen dat er ooit nog een I-Mac, I-Pod, I-Pad, I-Phone en I-Trump zouden volgen? Hij had het vast wel I-nteressant gevonden, ook al was dat moeilijk uit te spreken geweest. Verder zou hij voor Steve Jobs van Apple gekozen hebben, die had toch wat meer I-ndividualiteit dan Bill Gates. Die laatste was hem vast te Micro-SOFT geweest. I-saak zelf hield ook niet van soft. De strijd tussen stoer en zacht speelde zich in een voorronde al af in de baarmoeder van zijn vrouw: Genesis 25: NBV 22 De kinderen in haar lichaam botsten hard tegen elkaar. Als het zo moet gaan, dacht ze, waarom leef ik dan nog? En ze ging bij de HEER te rade. 23 De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen.’ 24Toen de dag van de bevalling was gekomen, bracht zij inderdaad een tweeling ter wereld. 25Het kind dat het eerst tevoorschijn kwam was rossig en helemaal behaard, alsof het een haren mantel aanhad; ze noemden het Esau. 26 Toen daarna zijn broer tevoorschijn kwam, hield die Esau bij de hiel beet; hij werd Jakob genoemd. Isaak was zestig jaar toen zij geboren werden. Christelijke gelovigen zien in de verhalen van het Oude Testament allemaal verwijzingen naar Jezus en naar toekomstige gebeurtenissen. Esau en Jakob zouden dan kunnen verwijzen naar Steve Jobs van Apple en Bill Gates van Microsoft. Net zoals Bill Gates met zijn Windows-systeem het systeem van Steve Jobs kopieerde, zo kopieerde Jacob het voorkomen van zijn broer Esau. Dat ging zo. I-saak had veel meer op met zijn zoon Esau: 27 Toen de jongens opgegroeid waren, werd Esau een uitstekend jager, iemand die altijd buiten was, terwijl Jakob een rustig man was, die het liefst bij de tenten bleef. 28 Isaak was zeer op Esau gesteld want hij at graag wildbraad, maar Rebekka hield meer van Jakob.  I-saak had dan ook bepaald dat Esau een paar minuten eerder geboren was en recht had op het grootste deel van de erfenis (het eerstgeboorte recht). Die Jacob was wel niet harig maar wel slim en wist zijn broer dat eerstgeboorterecht te ontfutselen: 29 Eens was Jakob aan het koken toen Esau uitgeput thuiskwam van de jacht. 30 ‘Gauw, geef me wat van dat rode dat je daar kookt, ik ben doodmoe,’ zei Esau tegen Jakob. (Daarom wordt hij ook wel Edom genoemd.) 31‘Pas als jij me je eerstgeboorterecht verkoopt,’ antwoordde Jakob. 32 ‘Man, ik sterf van de honger,’ zei Esau, ‘wat moet ik met dat eerstgeboorterecht?’ 33 ‘Zweer het me nu meteen,’ zei Jakob. Dat deed Esau, en zo verkocht hij zijn eerstgeboorterecht aan Jakob. 34 Daarop gaf Jakob hem brood en linzensoep. Esau at, dronk en ging meteen weer weg; hij hechtte geen enkele waarde aan het eerstgeboorterecht. Toen Pa op sterven lag, ging het erop aankomen. Hij bedacht dat hij nog wel zin had in een hartig stukje wildgebraad. Daarna zou hij het testament tekenen en aan Esau geven…… 27: Toen Isaak oud geworden was en zijn ogen zo zwak waren geworden dat hij niet meer kon zien, riep hij Esau bij zich, zijn oudste zoon. ‘Mijn zoon,’ zei hij. ‘Wat wilt u mij zeggen?’ vroeg Esau. Toen zei Isaak: ‘Luister, ik ben oud, iedere dag kan voor mij de laatste zijn. Neem daarom je jachtgerei, je pijlkoker en je boog, ga het veld in en schiet een stuk wild voor me. Maak dat voor me klaar zoals ik het lekker vind en breng me dat te eten; het zal mij de kracht geven om je te zegenen voordat ik sterf.’ Moeder Rebekka hoort dit, roept haar zoon Jacob en bedenkt een plan om de ouwe man voor de gek te houden. .” 8 Doe jij nu precies wat ik je zeg, mijn zoon. 9 Ga naar de kudde en zoek twee malse bokjes voor me uit. Die maak ik dan voor je vader klaar zoals hij het lekker vindt. 10 Daarna breng jij ze je vader te eten, en dan zal hij jou voor zijn dood zegenen.’ Maar goed daarmee ben je er nog niet, want als vader z’n zoon wil strelen zal het grijze haar hem te berge reizen als hij geen haar meer voelt op de armen van zijn zoon. Daar heeft moeder Rebekka ook iets voor bedacht. Ze had de vellen huid van de bokjes bewaard, knipte die in keurige lapjes, vond een tube vel-pon en plakte ze op de huid van Jacob. Om het nog overtuigender te maken laat ze Jacob kleren van Esau aantrekken met de geur van het veld. Het had geen haartje gescheeld of het plan was toch nog mislukt. Die stem! Jacob was een tenoortje en Esau een bas. Hoe zou dat aflopen? De smaakpapillen van die bejaarde heer kunnen niet optimaal meer gewerkt hebben als een stukje tam vlees niet van het vlees van een wilde berggeit te onderscheiden was en z’n gehoor had ook wel betere tijden gekend, maar toch.. hoe zou dit aflopen. Jacob gaat naar zijn vader: 18 ‘Vader,’ zei hij. ‘Ja, mijn zoon,’ zei Isaak, ‘wie ben je?’ 19Jakob antwoordde zijn vader: ‘Ik ben Esau, uw eerstgeboren zoon. Ik heb gedaan wat u me hebt gevraagd. Kom, ga overeind zitten en eet van wat ik heb geschoten; dat zal u de kracht geven om mij te zegenen.’ 20‘Hoe heb je zo snel iets kunnen vinden, mijn zoon!’ zei Isaak. En hij antwoordde: ‘Doordat de HEER, uw God, alles zo gunstig voor me liet verlopen.’ I-saak heeft nog twijfels:  21 Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens wat dichterbij, mijn zoon, zodat ik kan voelen of je inderdaad mijn zoon Esau bent of niet.’ 22 Jakob kwam dichter bij zijn vader staan en deze betastte hem. Het is Jakobs stem, dacht hij, maar het zijn Esau’s handen. 23 Omdat Jakobs handen even behaard waren als die van zijn broer Esau, herkende Isaak hem niet en dus zegende hij hem. 24‘Ben je echt mijn zoon Esau?’ vroeg hij nog. ‘Ja,’ antwoordde Jakob. 25 Toen zei hij: ‘Zet het wildbraad dan dichter bij me, zodat ik ervan kan eten, mijn zoon, en de kracht vind om je te zegenen.’ Jakob zette het dichter bij hem en Isaak at ervan. Ook bracht hij hem wijn, en hij dronk ervan. 26 Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens dichterbij, mijn zoon, en kus me.’ 27 Hij kwam dicht bij hem staan en kuste hem. I-saak ruikt zijn kleren, ruikt zijn zoon Esau en spreekt dan de zegen over Jacob uit. Dat was dus weer mooi geregeld. Rebekka heeft nog wel wat moeite moeten doen om die met vel-pon vastgeplakte geitenhuiden weer van z’n lichaam te verwijderen en het zal wel eens even een beetje pijn gedaan hebben, maar dan had je ook wat! Nou ja, dan had je ook wat? Een broer inderdaad die van plan was je te vermoorden. Moeder Rebekka had dat al gauw in de gaten en laat Jacob vluchten naar familie ver weg. Daar weet hij zich met allerlei sluwheid (of was het slimheid) te verrijken. Doet dat nog ergens aan denken? Maar als Steve Jobs niet van wildbraad hield en Bill Gates niet houdt van kamperen in een tentje,  dan zitten die toch kennelijk niet in dit verhaal opgesloten. Maar Jezus Christus dan, die moet er toch wel in verborgen zitten? In Gal.3:27 lezen we: Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Jacob had zich ook met Esau bekleed! En zo kon hij door zijn vader bemind worden! In Oer, het Grote Verhaal (Oer) lees je, dat door het bloed van Jezus… “Hij zelfs naar ze (de gelovigen??) keek alsof ze Jezus zelf waren en niets verkeerd hadden gedaan.” Die rode soep die uitgewisseld werd, roept associaties op met het rode bloed van Jezus toen hij stierf voor de vergeving van onze zonden. Ik heb zelf ooit in een preek (boodschap) dit verhaal zo uitgelegd. Esau als beeld van Jezus. Als Esau vermomd kon jij bij God de Vader in de gunst komen, Hij zag je dan als Esau, sorry Jezus. En mijzelf ? Nou die zag Hij kennelijk niet meer!

Klik hier voor de andere delen van Genesis met een glimlach

Een uitgave van Kinderen van God, wat denken ze (wel)?!